Netwerkzorg; onmisbaar voor goede zorg

Zorg wordt almaar complexer en geen enkele partij heeft alle oplossingen in huis. Kortom: voor goede zorg is samenwerking onmisbaar. Netwerkzorg dus. Niet nieuw, maar ook niet volledig uitontwikkeld. Hoe brengen we netwerkzorg een stapje hoger? Verslag van het Innovation Café van donderdag 17 december 2020.

Het Innovation Café vindt dit keer plaats vanuit een bijzondere locatie: Oogenlust in Eersel, een bedrijf dat oogstrelende interieurs vol groen ontwerpt en realiseert. Hoewel de studio inpandig is, lijken presentator Frénk van der Linden en zijn gasten midden in de natuur te zitten.

Van der Linden opent met een vraag aan Katinka de Korte, ondernemer in digital health: ‘Wanneer merkte jij voor het eerst dat we harder moeten werken aan netwerken? De Korte: ‘Toen mijn ouders meer zorg nodig hadden en ik als mantelzorger geen toegang bleek te hebben tot belangrijke informatie, bijvoorbeeld welke ziekenhuisbezoeken echt nodig waren en welke medicatie ze gebruikten? Ik wilde graag de vinger aan de pols houden, maar dat ging haast niet.’

Omslachtig

Bart Timmers, tevens huisarts en geïnteresseerd in vernieuwing en digitalisering, merkte de noodzaak tot betere netwerken nog daags voor het Innovation Café. ‘Via Prisma kan ik veel informatie ophalen bij specialisten – dat werkt heel goed. Maar om de patiënt te kunnen doorverwijzen, moest ik weer mijn toevlucht nemen tot een oud systeem. Heel omslachtig.’

Collega-huisarts Garmt Postma, tevens zorgbestuurder, herkent zich in het verhaal van Timmers. Hij wijt de stroperigheid met name aan financiële belangen. ‘Breng je partners bij elkaar, dan merk je dat alles vastzit in het huidige systeem. Het is als vliegen naar de maan: de eerste minuut – loskomen van de zwaartekracht – dat is het lastigste. In de zorg is dat de financiering: wie betaalt wat? Als dat niet duidelijk is, gebeurt er niets. Als je bijvoorbeeld een patiënt niet in het ziekenhuis maar thuis aan een infuus legt, kan dat voor een patiënt heel comfortabel zijn. Maar vanuit het ziekenhuis kan er weerstand op komen, want zo’n verandering gaat ten koste van de inkomsten.’

‘Richt expertisecentrum op’

Van der Linden: ‘Als je een enorme zak geld én veel macht had, wat zou je dan als eerste aanpakken?’ De Korte: ‘Ik zou het steken in de omgeving van de patiënt. Die weet wat moet worden georganiseerd of aangezet en op welk moment. Richt de digitale omgeving goed in, zodat alle partijen kunnen zien hoe het met de patiënt gaat.’ Timmers: ‘Niet alleen zorgprofessionals, maar ook patiënten hebben soms de neiging te denken in de bestaande domeinen. Ze moeten nog wennen aan de mogelijkheden die er zijn om zelf de regie te nemen. Ik snap dat domeinen en protocollen een functie hebben. We moeten ze alleen niet al te rigide hanteren.’ Postma pleit ervoor een expertisecentrum in te richten, zodat zorgverleners makkelijker transmuraal kunnen gaan werken. ‘Wij artsen bijvoorbeeld zijn opgeleid om te doen wat we kunnen en wat nodig is, maar dat is niet per se datgene waar de patiënt nodig heeft – en voorbij onze eigen discipline kijken is lastig.’

Regie en aansprakelijkheid

Maartje Claassen volgt ondertussen de chat op internet. ‘Veel kijkers vragen waar je de verantwoordelijkheid legt: bij de patiënt of bij de zorginstantie? En hoe zit het met aansprakelijkheid en dergelijke?’ Van der Linden: ‘Hoe zit dat bij jou zelf? Zou jij de regie willen hebben over jouw ziekte?’ Claassen: ‘Ik persoonlijk niet. Als je erg ziek bent, staat je hoofd daar niet naar. Bovendien: de meeste patiënten hebben er te weinig verstand van. Tijdens mijn eigen ziekte – ik was zwanger van een tweeling en had kanker – was mijn huisarts mijn baken. Wie belde mij de dag na de onderzoeken? Mijn huisarts. Misschien is die rol aan de huisarts?’ Timmers: ‘Ja, ik denk dat die regierol ons wel past. Ik streef er ook naar, maar soms schiet het er bij in.’

Houtje-touwtje-oplossingen

Van der Linden: ‘Wat zouden we praktisch kunnen ondernemen, en op welke termijn?’ Timmers: ‘Misschien moeten we het niet te ambitieus insteken. Ik ben zelf redelijk te spreken over houtje-touwtje-oplossingen. Ze brengen ons vooruit en laten ons ondertussen zien wat we nodig hebben.’ Postma: ‘Patiënten gaan soms zelf ook op zoek naar nieuwe oplossingen, bijvoorbeeld door een bloeddrukmeter aan te schaffen of het zuurstofgehalte te meten en hun waarden door te geven.’ Timmers herkent het: ‘Toen corona uitbrak hebben we met onze praktijk meteen zes saturatiemeters gekocht om uit te lenen aan patiënten. Ook een aardig voorbeeld van een pragmatische houtje-touwtje-oplossing.’

We schakelen naar Mariënne Van Dongen, wethouder sociaal domein van de gemeente Veldhoven en warm voorstander van netwerkzorg. ‘Netwerkzorg is vooral van belang als je switcht van zorg, bijvoorbeeld van ziekenhuis naar verpleegzorg. Daar gaat het vaak mis en is netwerkzorg van belang.’ In haar eigen regio is vooral vooruitgang geboekt in de samenwerking rond kwetsbare ouderen. ‘Inmiddels werken alle partijen in de regio op dat terrein goed samen. We hebben in kaart gebracht waar het misgaat. Dat heeft geresulteerd in een prioriteitenlijst waar we momenteel hard aan werken.’

Onbenullige problemen

Dat het op zulke momenten goed mis kan gaan, weet mantelzorger Monique Hertogs uit eigen ervaring. ‘Ik heb een moeder van 88. Toen ze ziek werd, ging er vrij veel mis. Dat kwam vooral door een gebrek aan regie. Toen ze eenmaal naar huis mocht bleek dat de medicatie niet was geregeld; daar was ik echt pissig over.’ Hertogs is lid van de Raad van Bestuur van Archipel Zorggroep in Eindhoven. Ze kent dus ook de andere kant van de zorg en is betrokken bij het eerder door wethouder Van Dongen genoemde netwerk kwetsbare ouderen. ‘Binnen dat netwerk kennen we elkaar. We werken samen en gunnen elkaar iets; dat is ook belangrijk. Tijdens de coronacrisis hebben we gemerkt dat we snel konden schakelen met de VVT, ziekenhuizen en gemeenten.’ Soms moeten ogenschijnlijk onbenullige problemen worden opgelost, vertelt ze. “Zo zijn we lang bezig geweest met de thuisverpleging die eerst naar kantoor moest om de sleutel op te halen om bij een cliënt naar binnen te kunnen. Daarna moest de sleutel weer terug naar kantoor. Heel omslachtig. Het duurde lang voordat we daar een efficiënt systeem voor hadden.’

Eigenbelang opofferen

Van der Linden informeert wat Hertogs geleerd heeft op het gebied van netwerkzorg. Hertogs: ‘Toen ik in een netwerk over dementie zat, redeneerde ik erg vanuit de belangen van mijn werkgever. Daardoor boekten we weinig vooruitgang. Ik heb toen geleerd dat je iets van je eigenbelang zult moeten opofferen en elkaar wat moet gunnen om samen verder te komen. Dat is in onze regio gelukt. We hebben alle wachtenlijsten aan elkaar geknoopt. Dan geef je wat van je autonomie weg, maar de zorg en de patiënt hebben er baat bij.’

Ego opzij

We schakelen naar Joep de Groot, voorzitter van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar CZ. Ook hij put uit persoonlijke ervaring. ‘Rond een tante van me werd vooral naar de medische kant gekeken. Ik denk dat we breder moeten kijken, dus ook naar wonen en werken bijvoorbeeld. Ook dát is netwerkzorg.’ Van der Linden vraagt wat De Groot als eerste zou aanpakken als hij kon beschikken over een flink budget. De Groot: ‘Twee dingen staan goede zorg soms in de weg: macht en geld. Ik vind dat we veel meer moet kijken naar ondersteuning van een gezondere leefstijl. Netwerkzorg dreigt soms een doel te zijn, maar het is niet meer dan een middel. In antwoord op je vraag waar als eerste te beginnen: dat is een goede vraag. Nederland is wereldkampioen pilots. Vaak wordt ergens geëxperimenteerd terwijl het elders al is onderzocht. Dan moet je gaan opschalen. Wat daarvoor nodig is? Wat autonomie inleveren, je ego opzijschuiven en de financiering anders organiseren.’

Steeds weer een pilot

Leendert de Gelder, oud wijkverpleegkundige, werkt bij OZOverbindzorg, een organisatie die netwerken en professionals ondersteunt, maar ook patiënten en mantelzorgers. De Gelder is vader van drie biologische kinderen en een pleegdochter. ‘Als pleegouder heb je te maken met de biologische ouders, de voogd en allerlei andere partijen. Die werken allemaal langs elkaar heen. Dat zie je wel vaker in de zorg.’ Zeven jaar geleden begon OZOverbindzorg met een pilot. Inmiddels is het bedrijf actief in zeven provincies. Knipogend naar De Groot: ‘Het hoeft dus niet bij een knipoog te blijven: opschalen kan wel degelijk.’ Wel jammer dat hun systeem zich steeds opnieuw moet bewijzen. ‘Als iets in Salland werkt, is men er in bijvoorbeeld een stad niet meteen van overtuigd dat het daar ook werkt.’

Door naar ‘data driven docter’ Gabriëlle Speijer, verbonden aan het Haga Ziekenhuis. Ze pleit voor een gezonde relatie tussen arts en patiënt. ‘Die is gebaseerd op gelijkwaardigheid en respect voor elkaar. Niet de een boven de ander stellen. Voor mij als dokter is dat de eed van Hippocrates: in vertrouwelijkheid de best mogelijke zorg te leveren. Je bent niet gelijk – je hebt andere rollen – maar je maakt gebruik van elkaars expertise.’

Barrières voor samenwerking

Tim Fransen is bestuurslid van Stichting Nuts, een stichting die samen met ICT-ontwikkelaars producten ontwikkelt om de zorg beter in technisch opzicht beter te laten functioneren. ‘Mij valt op dat leveranciers vaak denken dat ze de enige zijn die een zorginstelling faciliteren. Ze bemoelijke de samenwerking of interactie met andere partijen, door technologisch of financiële barrières op te werpen. Dat willen wij niet; je moet met andere systemen gegevens kunnen uitwisselen. Dat is voor ons een harde voorwaarde om met partijen in zee te gaan.’

Vervolgens is het woord aan Sophia De Rooij (Medisch Spectrum Twente). Ze trapt af: ‘Een ziekenhuis wordt vaak als het eindstation van kennis gezien, maar je moet het met z’n allen doen: met de andere zorginstellingen maar zeker ook met de patiënt.’ Medisch Centrum Twente is een paar jaar terug begonnen met hospital at home, vertelt ze. ‘Er bleken minstens 50 drempels te zijn om met partijen samen te werken. Vijftig! Iedere instelling zegt de patiënt centraal te stellen, maar dat klopt vaak niet. We hebben er een alfabet van gemaakt, met veel letters dubbel bezet!’

Samenwerken moet

Het helpt als je elkaar kent, aldus De Rooij. ‘Maar elkaar kennen is niet voldoende. Wat mij persoonlijk verdriet doet is dat we in Nederland de zorg voor kwetsbare ouderen in drie wetten hebben ondergebracht. Dat maakt het moeilijk om elkaar te vinden als je iets rond de patiënt wilt organiseren.’ Desondanks is alles op eigen houtje doen geen optie, vindt De Rooij. ‘Toen ik hier begon, lagen mensen soms wel honderd dagen in het ziekenhuis te wachten op vervolgzorg en hadden veel mensen geen huisarts. Het aantal mensen dat een beroep doet op de zorg neemt doe en het aantal mensen dat in de zorg werk neemt af. We kunnen alleen goede zorg bieden als we samenwerken.’

De spreekkamer uit, de wijk in

Door naar Maarten Klomp. tot voor kort huisarts in Eindhoven. Hij vond dat hij en zijn collega’s meer zouden moeten doen dan spreekuur houden en visites afleggen. Ze zouden zich ook moeten bekommeren om de gezondheid van mensen die niet op het spreekuur kwamen, vond hij. ‘Samen met andere partijen hebben we toen plannen gemaakt voor positieve gezondheid, met een jaarplan voor de wijk waar ik zelf woon. Later stonden we voor de uitdaging om op te schalen van de wijk naar de regio. Daar zijn we nu mee bezig, samen met partijen zoals zorgverzekeraars, kennisinstellingen en de gemeente.’ De spreekkamer uit, de wijk in: het ligt niet zo voor de hand. Klomp: ‘Veel huisartsen hebben het druk: wie heeft de tijd voor dit soort activiteiten? Gelukkig kregen wij er de faciliteiten voor.’ Op termijn plukt de huisartsenpraktijk er de vruchten van, vermoedt hij. ‘Als je problemen voorkomt, verlaagt je de werkdruk in de praktijk. Voorkomen is beter dan genezen.’ Hij besluit met een tip: ‘Organiseer het niet over de bewoners heen, maar neem ze op in het netwerk.’

Van der Linden: ‘Wat kunnen jullie meer doen aan preventie opdat de vraag naar zorg afneemt? Dat blijkt een lastige vraag.

  • Postma: ‘In de gezondheidszorg komen we vaak pas in actie als er wat aan de hand is. Toch kunnen we meer inzetten op preventie. Ik denk dan met name aan het gebruik van technologie. Als mensen thuis metingen verrichten en die delen met zorgprofessionals kunnen de effecten groot zijn. Alleen: die effecten zie je waarschijnlijk pas over een jaar of vijf.’
  • Hertogs: ‘In de ouderenzorg is preventie moeilijker; de mensen zijn al oud. In de ouderenzorg verdient de mantelzorger wat meer aandacht. Als we die beter ondersteunen en faciliteren, neemt de kwaliteit van de zorg toe.’
  • De Gelder sluit zich daarbij aan: ‘Neem mantelzorgers net zo serieus als professionals. Geef ze een podium; ze zien vaak als eerste of er iets aan de hand is.’
  • Van Dongen heeft haar hoop gericht op de GGD. ‘De GGD heeft veel kennis en kan advies geven. Ik ben vooral bezorgd over de mensen die een afstand hebben tot informatie: de sociaal zwakkere gezinnen. Die doelgroep moeten we zien te bereiken. Wellicht is de aanpak van Maarten Klomp juist voor deze doelgroep geschikt.’
  • Fransen: ‘Vergeet de wijkverpleegkundigen niet. Die zijn vaak de ogen en oren van de huisarts of praktijkondersteuner. Met hun info zouden we eerder kunnen ingrijpen als dat nodig is.’

Van der Linden sluit af door een uitspraak van De Rooij te parafraseren: ‘Veel spelers in de zorg zijn in de fuik van het eigen bestaansrecht gezwommen, terwijl iedere organisatie de patiënt centraal zouden moeten stellen…’

Heb je het Mobile Healthcare Innovation café over Netwerkzorg gemist of wil je deze of de andere uitzendingen nogmaals terug kijken? Bekijk ze hier.       

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Mobile Healthcare website is van Euroforum BV. Privacy statement | Cookie statement | Copyright ©2021